Een ingezonden brief in het Nijkerker Nieuws geschreven door auteur Rik de Lavaletta
โIk heb niets tegen homo’s, maar ze moeten het me niet opdringen.โ
Ik hoor die zin de laatste jaren steeds vaker. En eerlijk gezegd ben ik er klaar mee, omdat bijna niemand zich nog afvraagt wat opdringen eigenlijk betekent. Dus laten we daar dan maar eens mee beginnen.
Voor mij is het verschil glashelder. Blootstelling is dat je geconfronteerd wordt met het bestaan van iets. Je ziet een regenboogvlag. Je loopt over een regenboogzebrapad. Je kijkt naar een televisieprogramma over homoseksualiteit of transgenderpersonen. Je ziet twee mannen elkaar op een terras een kus geven. Je ontmoet iemand die zegt: โIk heet vanaf vandaag Renรฉ.โ En dan? Niemand vraagt jou om homo te worden. Niemand probeert jou transgender te maken of jouw overtuigingen te veranderen. Je kunt doorlopen. Je kunt wegkijken. Je kunt een andere zender opzetten. Je kunt zeggen: โPrima, Renรฉ. Tot de volgende keer.โ Dat is geen opdringen. Dat heet leven in een samenleving.
Opdringen is iets totaal anders. Opdringen is aanbellen om iemand te bekeren. Opdringen is huis aan huis jouw waarheid proberen te verkopen. Opdringen is tegen een ander zeggen hoe die zou moeten leven. Opdringen is eisen dat iemand zich aanpast aan jouw normen. Daarom begrijp ik werkelijk niets van het verwijt dat homoseksualiteit zou worden opgedrongen. Ik heb nog nooit meegemaakt dat een homoseksueel een heteroseksueel homoseksueel probeerde te maken. Natuurlijk maken we weleens een flauw grapje. โHoe weet je zeker dat je hetero bent? Heb je ooit seks gehad met een man?โ Maar iedereen begrijpt dat dit een grap is. Niemand ziet dat als een serieuze poging om iemand te bekeren.
Toch blijft die zin terugkomen. โIk heb er niets op tegen, maar…โ Zodra iemand dat zegt, weet ik eigenlijk al wat er volgt. โ…ze moeten het me niet opdringen.โ
En ik ben daar helemaal klaar mee. Want wat wordt er dan opgedrongen? Dat er een vlag hangt? Dat twee mannen hand in hand lopen? Dat een talkshow รฉรฉn avond aandacht besteedt aan homoseksualiteit? Als een televisieprogramma een avond over boeren maakt, zegt niemand dat boeren worden opgedrongen. Als een uitzending over christenen gaat, zegt niemand dat het christendom wordt opgedrongen. Maar zodra het over homoseksualiteit of genderidentiteit gaat, heet aandacht ineens opdringen. Dat zegt misschien meer over de kijker dan over het programma.
Uiteindelijk blijkt dat woord opdringen bijna altijd iets anders te betekenen. โJe mag best homo zijn.โ โJe mag best transgender zijn.โ โMaar laat het niet zo zien.โ โHoud het privรฉ.โ โHaal die vlag weg.โ โVal mij er niet mee lastig.โ Met andere woorden: wees wie je bent, zolang ik het maar niet hoef te zien. Nee. Dat is geen tolerantie. Dat is gewoon de kast in een modern jasje.
En dan komen we bij de echte vraag. Wie probeert hier eigenlijk wie te veranderen? Ik vraag niemand om homo te worden. Ik vraag niemand om een regenboogvlag op te hangen. Ik vraag niemand om Pride leuk te vinden. Maar er zijn wรฉl mensen die mij vertellen dat ik minder zichtbaar moet zijn. Dat ik mijn vlag moet weghalen. Dat ik mijn leven minder openlijk moet leven. Dat ik anderen er niet mee โlastigโ moet vallen.
En dan zouden wij degene zijn die iets opdringen? Zichtbaarheid is geen opdringen. Onzichtbaarheid eisen is dat wel. Sterker nog, dรกt voldoet aan iedere redelijke definitie van opdringen. Want dan probeer je mijn gedrag te veranderen. Dan probeer je mijn vrijheid kleiner te maken. Dan leg je jouw normen aan mij op. Niet andersom.
En precies daardoor zitten we in een vicieuze cirkel. De agressie tegen LHBTQ+-mensen neemt toe. Dus worden meer mensen zichtbaar. Meer mensen spreken zich uit. Meer mensen worden activistisch. Ik ook. Niet omdat ik radicaler ben geworden, maar omdat de vrijheid kleiner is geworden. Ik ben nog nooit zo activistisch geweest als nu. Niet omdat ik mensen wil overtuigen of iets wil opdringen, maar omdat ik zie dat we achteruitgaan. Omdat ik zie dat mensen weer nadenken voordat ze hand in hand over straat lopen. Omdat jongeren weer twijfelen of ze uit de kast moeten komen. Omdat zichtbaar jezelf zijn blijkbaar opnieuw een discussiepunt is geworden.
En wat is vervolgens de reactie? โZie je wel? Ze dringen zich op.โ
NEE!!! WE REAGEREN!!!
We reageren op de groeiende vijandigheid. En vervolgens wordt die reactie gebruikt als bewijs dat we te zichtbaar zijn. Zo houdt iedereen die roept dat het wordt opgedrongen precies het probleem in stand waar hij over klaagt. Dat is de ironie. Ondertussen gaan we langzaam terug naar af. Niet in รฉรฉn keer. Maar stap voor stap. Centimeter voor centimeter. Naar een samenleving waarin homoseksuelen weer vooral onzichtbaar moeten zijn. Waarin โvrijheidโ betekent dat je alles mag zijn, zolang niemand het ziet. Waarin โtolerantieโ betekent dat je wordt gedoogd zolang je je inhoudt. Dat is achteruitgang.
Misschien moeten we eindelijk eens ophouden met doen alsof de regenboogvlag het probleem is. De regenboogvlag dringt zich niet aan jou op. Jij wilt dat de regenboogvlag zich aan jouw normen aanpast. Dat is het verschil. Mijn bestaan is geen mening. Mijn zichtbaarheid is geen provocatie. En als iemand eist dat ik minder zichtbaar word om zijn ongemak te sparen, dan ben รญk niet degene die iets opdringt.